Vrijheid dankzij verbondenheid

Vandaag vieren wij Bevrijdingsdag! Vrijheid wordt meestal gezien als de mogelijkheid om te doen en laten wat men wil terwijl een ander dat ook kan, zowel in lichamelijke als in geestelijke zin. Vrij van de Duitse overheersers in dit geval.

Er is een onderscheid te maken tussen negatieve en positieve vrijheid. Het gaat hier niet om een waardeoordeel, maar we geven hiermee aan of het gaat om vrijheid die ontstaat door de afwezigheid van iets of door de aanwezigheid van iets.



Negatieve vrijheid is de "vrijheid van invloed van anderen". Deze vrijheid houdt verband met vrijheid en bevrijding, bijvoorbeeld van dwang, van overheersing, ziektes en waandenkbeelden.


Positieve vrijheid is de "vrijheid tot het inzetten van je eigen vermogen". Het is de mogelijkheid om te kiezen en het eigen leven in te richten. Het is de vrijheid waar men het over heeft wanneer het gaat over de vrije wil.


Vrije wil en vrijheid spelen een belangrijke rol bij onze motivatie. Ook de Zelfdeterminatie theorie gaat uit van de vrije wil. Deze motivatietheorie van Deci en Ryan gaat uit van zelfbepaling, autonomie en innerlijke motivatie. Deze elementen bevorderen ons gevoel van eigenwaarde, competentie en gevoel van zelfverwerkelijking. Volgens Deci en Ryan delen alle mensen drie aangeboren psychologische basisbehoeften. Dit zijn: “competentie”, “(relationele of sociale) verbondenheid”, en “autonomie”. Bij deze basisbehoeften is sprake van intrinsieke motivatie.


De mens wil zelf richting geven. Zelf bepalen wat, wanneer, met wie en hoe hij iets aanpakt. De motivatie om zichzelf te willen verbeteren is alleen mogelijk als er sprake is van betrokkenheid. ‘Flow’ is de eerste stap naar meesterschap.


  • Autonomie heeft te maken met de vrije wil. Een autonoom mens is zelfsturend en kan zijn eigen keuzes maken.

  • Een competent mens is iemand die zich bekwaam voelt en ervaart dat hij steeds beter in iets wordt.

  • Verbondenheid staat voor de behoefte van een ieder om erbij te horen en zich veilig te voelen. Daarnaast gaat verbondenheid over de behoefte om een bijdrage te leveren die verder gaat dan het eigen belang.


Vrijheid stimuleert de motivatie, maar hoe vrij is onze wil? Hoe bewust zijn we zelf van ons gedrag? De eerste motivatietheorieën gingen uit van de biologische behoeften van de mens en waren vooral gericht op overleven. Een volgende stroming richtte zich vooral op beloningen en straffen. De extrinsieke motivatie bij routineuze taken. De onderzoekers ontdekten dat beloningen uiteindelijk niet meer werken en zelfs eerder tot demotivatie leiden. Tot de jaren ’90 van de vorige eeuw was er weinig oog voor het onbewuste in ons dagelijks gedrag. Het ‘onbewuste’ van Freud werd gezien als zetel van onze instincten en driften.


Jung maakte een onderscheid in persoonlijkheid; bewustzijn, het persoonlijk onbewuste en het collectieve onbewuste. Hij meende dat mensen zich niet zozeer moeten inspannen om totale zelfverwerkelijking te bereiken, maar tot zelfkennis te komen. Zelfkennis is de weg die naar zelfverwerkelijking leidt. Veel mensen wensen onmiddellijke volmaaktheid zonder zichzelf in het minst te kennen. Jung ging ook uit van twee tegengestelde motivaties waartussen mensen evenwicht zoeken. Individuele ontwikkeling versus de compassie met de medemens, de behoefte aan verbondenheid en intimiteit.


Het onbewuste als een soort voorstadium van ons bewustzijn, waarin alles wat we denken, geloven, voelen, doen en laten, voorbereiding en uiteindelijke beslissingen kwam in de wetenschap nauwelijks ter sprake. Maar hoe onderzoek je onzichtbare processen en de interactie met bewuste processen? We willen onszelf ook zeker niet zien als marionetten van ons onbewuste. Deze behoefte van de mens om vast te houden aan de eigen invloed en het omstreden bestaan van de vrije wil bevestigt mijns inziens de theorie van Deci en Ryan.


Hoe het gevoel van autonomie zich ontwikkelt hangt sterk af van de omgeving waarin een mens zich bevindt. De sociale verbondenheid en mate van support zijn daarbij belangrijke factoren. Te weinig autonomie (geen gevoel van vrijheid of zelfbeschikking), maar ook teveel autonomie (het gevoel geen houvast te hebben of te zwemmen in de opdracht) leiden al snel tot minder interesse en minder energie om competenties in een vakgebied uit te bouwen.


Sociale verbondenheid blijkt een intrinsieke motivator te zijn voor verdere persoonlijke ontwikkeling. Connell en Wellborn (1991) beschrijven twee aspecten in de behoefte aan sociale verbondenheid; namelijk de mate waarin een persoon emotionele veiligheid waarneemt en de mate waarin de persoon behoefte heeft aan het ontwikkelen van een hechtere band met anderen. Ieder individu heeft zijn of haar omgeving nodig om zich persoonlijk te ontwikkelen. Het is een behoefte aan een basis van veiligheid, hulp, support en betrokkenheid van ouders, leerkrachten, een baas, collega’s en vrienden.


Onze persoonlijke vrijheid bestaat dankzij de verbondenheid!


Meer lezen over motivatie? Volg de Tag...


Bronnen: Wikepedia, de Theorie van Deci en Ryan en het boek: Franzen, G.(2008) Motivatie


#vrijewil #autonomie #verbinding #competentie #Motivatie #zelfdeterminatietheorie

Alle rechten voorbehouden © 2015 - 2020  Talenteer Jezelf  -