• Talenteer Jezelf

Faalangst en onderpresteren deel 2


​Onderpresteren, faalangst of uitstelgedrag zijn op de eerste plaats reacties om jezelf overeind te houden. Gericht op angst vermijden en bescherming van je zelfbeeld, het gevoel van eigenwaarde. De angst voor afwijzing en schaamte maakt ons bang om fouten te maken.


Omdat we geen fouten durven te maken, hebben we behoefte aan controle, willen we alles perfect doen of doen we juist niets. Soms ontstaat hierdoor faalangst of een sociale angst. Elke angst is een richtingaanwijzer naar een vervelend gevoel en emotionele blokkade. Onderpresteren en faalangst gaan hand in hand.


We lijken soms op een wip te zitten die van het ene moment op het andere doorslaat van een minderwaardigheidscomplex naar grootheidswaanzin. Bang dat anderen zien dat we toch niet goed genoeg zijn, uit angst voor afwijzing en gevoel van schaamte, pompen we ons ego op of zakken juist weg in een diepe put, halen we anderen omlaag of geven we die de schuld van ons negatieve gevoel. Gaan we heel hard werken om te voldoen aan het ideaalbeeld.


Alles om maar weg te blijven bij het vervelende gevoel. Hoe we dit aanpakken hebben we al heel jong geleerd. Wanneer het niet zo goed met je gaat, je leven niet zo loopt als je wilt. Je het gevoel hebt dat je nergens de puf meer voor hebt en het gevoel hebt dat je vast zit, is het tijd om te onderzoeken waar je energie dan aan op gaat.


Een overzicht van reacties en innerlijke conflicten


(Over)Presteren: Aan verwachtingen voldoen. Prestatie is zelfbeeld. Waardering krijgen.

Twijfelen: Piekeraar. Moeite met verandering. Een beslissing kan fout uitpakken?

Hulpeloos: Afhankelijke. Verbinding houden en fouten zijn nooit mijn schuld.

Verzet: Rebels, onafhankelijk. Behoefte aan autonomie. Zelf richting bepalen.

Isoleren: Weglopen. Wat ik doe heeft toch geen invloed. Heeft het al opgegeven.


  1. Prestatietype: Ik moet presteren, anders ben ik niets waard. Ik ben mijn prestaties. Er wordt gedacht in termen van alles of niets. Schuldig voelen en zichzelf op de kop gaan geven, stress en spanning. "Ik word alleen geaccepteerd of accepteer alleen mijzelf, als ik prestaties lever.” Deze gedachte generaliseert naar "met elke prestatie die ik moet leveren, staat mijn gehele persoonlijke waarde op het spel Ik moet goed zijn, anders ben ik nergens meer of word ik verlaten of worden ze woedend."

  2. Twijfeltype: “Ik ben niets, lk zal ook nooit iets worden.” Daar is iedereen het over eens. Het lijkt voor de leerlingen van groot belang om goed te zijn, maar bij voorbaat lijkt dit al niet voor hen weggelegd. "Ik moet presteren, goed zijn, mooi zijn om geaccepteerd te worden, maar ik heb bij voorbaat al eigenschappen, waardoor ik grote kans loop te mislukken." Een fout betekent vaak "zie je wel, ik kan het niet." Doemdenken en neerslachtige stemmingen komen in deze levensverhalen veelvuldig voor.

  3. Over-Afhankelijke type: Er zijn redenen buiten mij waarom ik faal. Ik kan het niet helpen, dat het zo loopt. Ik kan het niet alleen. Ik moet geholpen worden. Er zijn verhalen die worden gekenmerkt door de hulpeloosheid die optreedt in situaties wanneer leerlingen zelf iets moeten presteren. Wat in hun verhaal doorklinkt, is dat zij zich in sterke mate afhankelijk voelen van hun omgeving. Er worden geen stappen ondernomen die tot onafhankelijkheid leiden. Kenmerkend is gebrek aan eigen verantwoordelijkheid. Externe factoren worden veelal aangedragen om eigen falen te verklaren. De boodschap die doorklinkt is "anderen weten wat goed voor me is. Zelf lukt het me niet." Een fout maken betekent meer hulp vragen. Prestatiesituaties kunnen leiden tot paniek en chaotisch gedrag.

  4. Over-Onafhankelijke type: Ik word gecontroleerd. Ik bepaal zelf wie ik ben. Ik wil ook macht. Bij de verhalen wordt het thema aangetroffen van (over)controle door de omgeving, waartegen de leerling zich verzet. De jongere krijgt geen ruimte voor eigen initiatieven en beslissingen. Omdat deze wijze van benadering botst met het natuurlijk streven van de jonge mens tot zelfstandigheid, kan falen voor hem of haar een keuze worden, die nog enigszins macht verschaft. De keerzijde is echter de onzekerheid en de beklemming van het falen, bijvoorbeeld ten opzichte van leeftijdsgenoten en toekomstmogelijkheden. De boodschap die doorklinkt naar deze jongeren is: "Wij zorgen wel dat je leven goed loopt; volg de weg maar die wij voor je uitstippelen." De reactie van de jongere daarop is: "Ik bepaal zelf wie ik ben; ik zal laten zien dat ik ook macht heb." Er kan ook sprake zijn van te veel druk op prestaties.. De persoonlijke verhalen kenmerken zich door allerlei protestvormen. Kerngedachten van leerlingen bij wie dit thema speelt, gaan in de richting van de vraag: "Wat kan ik zelf in mijn leven nog bepalen?"

  5. Isolatietype: Mensen laten mij in de steek omdat er iets met mij mis is of omdat ik dingen verkeerd doe. Tenslotte is er het type levensverhaal waarin een verbroken of niet hechte gezinsband centraal kan staan. Het gemis van één der ouders. Naast een feitelijke afwezigheid kan er ook sprake zijn van een tekort aan aanwezigheid in de zin van aandacht en steun. De leerling ervaart desinteresse vanuit of niet gezien worden door de omgeving. Een reactie kan zijn dat zij zich gaan afvragen, wat zij fout doen of wat er mis met hen is. "Wat doe ik fout dat ze mij niet zien?" of "Wat heb ik gedaan dat mijn vader of moeder verdwenen is?" Kerngedachten komen neer op: "Ze geven niks om mij, ik ben niks waard." De onderliggende conclusie lijkt: "Er mankeert iets aan mij, ik doe het niet goed. Hoe kan ik mij bewijzen zodat ze me zien staan?" Kenmerkend in de uitspraken en gedachten van deze jongeren over zichzelf en de omgeving is vaak het ontbreken van vertrouwen in de omgeving en het vermijden van nieuwe contacten. Komt voort uit de andere types, heeft het opgegeven. Als ik niets doe dan kan ik ook niet falen. Bij dit type denkt de omgeving vaak aan motivatieproblemen. Terwijl het eigenlijk allemaal draait om de angst om te falen.


Lees deel 1 voor tips…


Bronnen:

Meer licht op faalangst. De waardering van het individu, Margreet Poulie, Nijmegen 1991

Zes typen uitstellers en hun achtergrond Marjan Ossebaard en Sary van den Heuvel

Faalangst, een dobbelsteen met zes zijden, Marcel Veenman, 2004

Hoogsensitiviteit en faalangst, Esther Bressers 2012

#faalangst #Onderpresteren #Motivatie #Emotioneel #gevoelens

Alle rechten voorbehouden © 2015 - 2020  Talenteer Jezelf  -